Over de kloof tussen weten en doen, en waarom die in de overgang extra groot wordt
Wij zijn uitstekende adviseurs. Echt. Voor anderen weten we het altijd. Je hoort een vriendin haar verhaal doen en binnen twee minuten heb je verstandig advies klaarliggen: je weet wat ze nodig heeft, wat ze allang had moeten doen en vooral: wat ze had moeten laten. ‘Ik herken het wel,’ zeg je nog. Maar je eigen advies opvolgen? Eehm, nee.
Psychologen noemen dit het Solomon's paradox. Vernoemd naar de bijbelse koning Salomo, die befaamd was om zijn wijsheid in andermans zaken maar van zijn eigen leven een potje maakte. De verklaring is eigenlijk simpel: als het over iemand anders gaat, neem je automatisch afstand. Je ziet het groter, rustiger, zonder de emotionele ruis die je eigen situatie altijd met zich meebrengt. Die afstand maakt je helder. Maar bij jezelf? Dan zit je er middenin.
Het grotere plaatje
En dat maakt alles anders. Als het over iemand anders gaat, zie je het grotere plaatje. Je hoeft de consequenties niet zelf te dragen, je bent niet bang voor wat de keuze betekent, en je kent alle tegenargumenten niet. Maar bij jezelf ken je die wel. Je weet hoe moe je bent, hoe vol je agenda is, hoeveel er al van je gevraagd wordt. Dat er steeds iets ongevraagd tussendoor komt. Je kent alle redenen waarom het nu even niet uitkomt. Een buitenstaander kent die redenen niet, en geeft ze je dus ook niet. Objectief zijn over je eigen situatie is een van de moeilijkste dingen die er zijn.
‘Het grootste deel van wat we doen wordt bepaald door gewoonte, vermoeidheid, emotie en de context van alledag.’
De kloof tussen denken en doen
Maar het ligt niet alleen aan onszelf. Onderzoek laat keer op keer zien dat de kloof tussen wat mensen van plan zijn en wat ze uiteindelijk doen veel groter is dan we denken. Intenties voorspellen gedrag eigenlijk maar matig. Het grootste deel van wat we doen wordt bepaald door gewoonte, vermoeidheid, emotie en de context van alledag. Niet door wat we weten. Dat is geen zwakte, dat is gewoon hoe het brein werkt. En het verklaart waarom meer informatie of nog een goed voornemen zelden helpt.
Hoe werkt dat dan?
Misschien herken je het wel. Je slaapt slecht, bent sneller geïrriteerd dan je van jezelf gewend bent, je zit al een tijdje niet lekker in je vel. Iedereen om je heen ziet het. Jijzelf ook eigenlijk. Maar je wacht nog even af. Want er zij allemaal logische verklaringen voor: het is druk op je werk, de kinderen vragen veel, je hebt niet goed geslapen, kreeg nog een keer griep. Kortom: het is gewoon een zware periode. En die verklaringen kloppen waarschijnlijk ook allemaal. Alleen houden ze je wel precies op de plek waar je staat. En ondertussen doe je precies wat je een vriendin zou afraden. Namelijk: niets doen en stug doorgaan.
Een grotere kloof door de overgang
In de overgang wordt die kloof tussen weten en doen op een heel specifieke manier groter, en daar is een goede reden voor. Want wat er in die fase gebeurt, raakt precies aan wat we net beschreven. Oestrogeen speelt een cruciale rol bij de aanmaak van serotonine en dopamine; stoffen die je motivatie, je concentratie en je executieve functies aansturen. Dat laatste is het deel van je brein dat beslist, prioriteert en in actie komt. De manager, zeg maar. Onderzoek laat zien dat dit gebied tijdens de overgang minder goed functioneert door de dalende oestrogeenspiegel. En dat is nou net het deel dat je nodig hebt om de kloof tussen weten en doen te overbruggen. De biologische basis voor je eigen goede voornemens wankelt dus, precies op het moment dat je lichaam er het meest om vraagt.
Wat kun je doen?
Vraag jezelf eens wat je een vriendin zou adviseren. Niet als trucje, maar als serieuze vraag. Wat zou jij zeggen als zij dit beschreef? Schrijf het desnoods op. En bedenk dan: waarom neem je haar wel serieus, en jezelf niet? Vervolgens maak je je advies zo concreet mogelijk. Een vaag plan sneuvelt op de automatische piloot van het dagelijks leven. Een specifiek plan - wie, wat, waar en wanneer - heeft een veel grotere kans om het te overleven. Je kunt iemand zoeken die met je meekijkt. Niet om je te controleren, maar omdat die ander weer een objectievere blik heeft. Dat is precies wat Solomon's paradox omkeert: even uit je eigen hoofd stappen, en jezelf bekijken zoals je een vriendin zou bekijken. Die kleine afstand tussen denken en doen kan al genoeg zijn om de verbinding te maken.
Zodra je je eigen stem hoort, verschuift er iets. Je bent ineens niet meer degene die erin zit, maar degene die ernaar luistert.
De gouden tip
En dan een tip die misschien wel het beste werkt. Spreek je situatie in op de dictafoon van je telefoon, gewoon zoals je het aan iemand anders zou vertellen. En luister het dan terug. Klinkt misschien gek, maar het werkt. Zodra je je eigen stem hoort, verschuift er iets. Je bent ineens niet meer degene die erin zit, maar degene die ernaar luistert. En die luisteraar, dat is de versie van jou die het altijd zo goed weet voor een ander. Het enige wat je nodig hebt, is een stapje opzij en een andere blik. Wat zou je tegen haar zeggen? Doe dat dan voor jezelf.